Het installeren van Linux is eenvoudig, maar vereist een paar stappen.
Allereerst, een Linux distributie kiezen. Aanbevolen: Ubuntu, Linux Mint en Fedora. Deze bieden ook de mogelijkheid het gebruikersinterface te kiezen; Gnome en KDE Plasma zijn beide goede keuzes.
Op de respectievelijke websites staan instructies welk ISO bestand dan gedownload moet worden.
Dan moet het ISO bestand naar een USB-stick (van minimaal 8 GB) worden geschreven. Daarvoor kan het programmaatje Rufus (of Balena Etcher) gebruikt worden, te downloaden van de respectievelijke websites.
Start nu de computer vanaf de USB stick opnieuw op. Hiertoe moet het bootmenu aangepast worden om van USB te kunnen opstarten. Meestal moet tijdens het opstarten één van de toetsen F2, F12, DEL of Esc worden ingedrukt.
Mocht de installatie niet lukken, zet dan in het BIOS de optie secure boot af.
Bij MacBooks is het nog simpeler; houdt bij het opstarten de ALT toets ingedrukt en vanzelf verschijnt de optie om van de USB stick te starten.
Zodra je in de Linux installatieomgeving bent is het simpelweg een kwestie van de procedure te volgen om Linux volledig te installeren.